De dood van Theo van Gogh (1891)

Op 25 januari, nu 121 jaar geleden, overleed Theo van Gogh in het Willem Arntszhuis te Utrecht.

Theo van Gogh

Na de zware periode door het overlijden van zijn broer Vincent krijgt Theo maar geen rust. De syfilisbesmetting doet een steeds heftiger aanslag op zijn longen en geestelijk gaat het ook al niet veel beter met hem. De financiële problemen groeien hem boven het hoofd en er zijn steeds meer conflicten met zijn werkgever. Ook de spanningen met zijn vrouw Jo Bonger nemen toe. Zo zeer dat uiteindelijk Jo met hun zoon Vincent Willem naar Nederland vertrekt om rust te krijgen . Wanneer    Vincent zichzelf met een pistool door de borst schiet, wordt opgenomen in het ziekenhuis en vervolgens overlijdt, is Theo natuurlijk bij hem. De weken na de dood van Vincent wordt het schuldgevoel voor Theo haast een obsessie. Hij kan alleen nog maar denken en spreken over Vincent. Hij krijgt nachtmerries waarin hij ’s nachts door Vincent wordt achtervolgd. Hij kan dit niet stoppen en het blijft maar doorgaan.

Het gaat mede hierdoor, steeds slechter met Theo. Begin oktober 1890 neemt hij op staande voet ontslag bij Goupil. Niet beschaafd, zoals verwacht mag worden van Theo, maar door jaren opgekropte woede, frustratie verlaat hij de zaak met veel misbaar, geschreeuw en slaande deuren. Daarna volgt een totale instorting en wordt hij opgenomen in de verpleeginrichting Dubois in Parijs. Hij ligt somber in een oud metalen bed op een kleine kamer. Hij ligt er vastgebonden. Veel kan hij zich van de opname niet meer herinneren, alleen dat hij tussen twee gespierde broeders gebracht is. Hij kan zich ook niet herinneren dat hij op het punt stond zijn vrouw aan te vallen. Hij kan zich zelfs niet herinneren wat daaraan vooraf ging. Het is een blinde vlek. Hij was zo door Vincent geobsedeerd dat hij het iedereen kwalijk nam die het niet met zijn denkbeelden eens is.

Als Jo op bezoek komt spreekt de dokter van ‘zelfmoordplannen en grootheidswanen’.  Ze schrikt hier hevig van. Na enkele dagen wordt Theo opgenomen in de privékliniek van dokter Esprit Blanche in Passy, de vermaarde kliniek waar bekende kunstenaars en rijken werden opgenomen.

De kliniek van dr. Esprit Blanche

Het blijkt ernstig te zijn met Theo. Een arts geeft zelfs aan dat het ‘met hem veel ernstiger is dan met Vincent’. Net als Vincent krijgt hij badverpleging; uren ligt hij eenzaam in het lauwe bad. Zou hij zich de brief van Vincent nog herinneren waarin deze schrijft: ‘… met in de laatste tijd twee baden van twee uur per week, is het duidelijk dat het goed kan kalmeren.’?

Hoewel Vincent meestal eenzaam in de kliniek verbleef, ontvangt Theo in het begin nog wel  bezoek. Zelfs zus Willemien komt uit Leiden om hem de groeten van moeder over te brengen. Maar het gaat slechter met Theo. Als hij niet meer wil eten wordt hij zelfs per sonde gevoed. Jo heeft het moeilijk met de opname van Theo. Ze heeft het nog moeilijker met de diagnose die de artsen haar vertellen: Syfilis blijkt de oorzaak van zijn verlammingen en dementie. Daar wil ze niet aan, dat is te schokkend.

Als Theo wat opknapt verzoekt ze de Nederlandse psychiater en schrijver Frederik van Eeden om Theo te bezoeken. Op 16 november 1890 schrijft de directeur doktor J. Meuriot ‘ik verklaar dat de heer Theodorus van Gogh, geboren 1 mei 1857 te Zundert in een opwindingstoestand met grootheidswanen en een progressieve algemene paralyse (dementia paralytica, gh) verkeert en dat zijn staat dringend voortgezette behandeling vereist in een speciale verpleeginrichting.

Theo wordt, door tussenkomst van Van Eeden, uiteindelijk in een Nederlandse inrichting opgenomen. Onder begeleiding van twee verplegers reist Theo op 17 november met de trein naar Utrecht, hij zit in een dwangbuis, want men neemt geen enkel risico. Zijn vrouw Jo en zoon Vincent Willem zitten in dezelfde coupé van de nachttrein naar Utrecht. De volgende ochtend arriveren ze bij het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen Willem Arntsz Huis in Utrecht.

Willem Arntsz Huis te Utrecht

Theo is zeer opgewekt en verward. Praat onsamenhangend, in verschillende talen en heeft geen enkel begrip van tijd of plaats. Jo is genoodzaakt hem achter te laten en vertrekt met zoontje Vincent Willem naar haar familie.

Theo heeft meer overeenkomsten met zijn broer dan hij zou wensen. Hij leidt nu ineens hetzelfde leven als Vincent indertijd in Arles en Saint-Rémy.

Met Theo gaat het de komende dagen slechter; veel wanen en agressie, onrustige nachten en verblijf in de isoleer. Begin december wordt de negatieve spiraal wat doorbroken en wordt Theo rustiger en kalmer. Maar als de tweede week van december Jo en zuster Willemien op bezoek komen, brengt hem dit zodanig van streek dat hij weer enkele onrustige dagen heeft. De artsen vragen Jo niet meer op bezoek te komen omdat dit Theo teveel opwind. Als zij voor Kerst hem een bos bloemen laat bezorgen maakt hij die vrijwel direct kapot. Dan gaat het de eerste twee weken van januari 1891 gelukkig wat beter, echter daarna krijgt Theo toch weer een inzinking.

Het medisch dossier geeft op 20 januari nog aan dat Theo steeds wezenlozer wordt en af en toe zeer luidruchtig. Het slikken gaat moeilijker en hij moet worden gevoerd. Hij slaapt in een beschermende ‘bekleede klib’. Verdere gegevens zijn niet meer in het dossier te vinden. Als laatste wordt het dossier gesloten met de vermelding dat Theo van Gogh wordt afgevoerd als overleden op 25 januari 1891. Op de omslag van het dossier staat overigens 24 januari! Helaas ontbreekt er een officiële overlijdensverklaring waardoor Theo’s overlijden, evenals  van zijn broer Vincent, mysterieus te noemen is. Theo van Gogh is maar 33 jaar geworden. Na enkele dagen wordt Theo begraven in Utrecht.

Graf Theo van Gogh in Utrecht

Jo Bonger ziet het als haar taak om de nalatenschap van Vincent van Gogh (en daarmee ook die van haar man Theo) onder de aandacht te brengen. Ze begint met het sorteren van de vele brieven tussen Vincent en Theo (en die van andere familieleden), wat leidt tot het uitbrengen van Vincents ‘Brieven aan zijn broeder’ in 1914.

Ze draagt deze uitgave op aan de nagedachtenis van Vincent en Theo en citeert in haar voorwoord de Bijbel: ‘En zij zijn ook in hun dood niet gescheiden’.

Om dit niet alleen in woorden maar ook in daden gestalte te geven besluit ze Theo te laten herbegraven naast Vincent in Auvers.

Graf Vincent en Theo in Auvers

De rest is geschiedenis.

* met dank aan Judith Perignon

Geplaatst in over het boek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Daar is ze weer… Nog maar een keer Lies van Gogh

Vanmiddag heb ik mijn bureau maar eens opgeruimd. Het werd allemaal een beetje onoverzichtelijk. Dat kan ook niet anders na het produceren van een aantal boekjes, maar toch. Stapels papieren, aantekeningen, krantenknipsels, boeken en andere voor mijn research van belang zijnde spullen liggen er al een aantal maanden. Het wordt niet minder, alleen maar meer (en hoger). Het enige voordeel is dat mijn bureaublad niet stoffig kan worden. Overigens mag onze schoonmaakster overal komen en schoonmaken, maar niet bij mijn bureau. Ik weet er alles te liggen en als zij dan stapeltjes gaat maken…? Oeps.  Ik vond het dus tijd om rigoureus te keer te gaan. Ik kwam verschillende zaken tegen waarvan ik het bestaan niet (meer) wist. Helemaal onderop, dus op mijn bureaublad, lag een boekje. O ja, het boekje wat ik afgelopen jaar op de kop tikte.

Dichtbundel van Lies van Gogh

Een van oorsprong grijsblauw boekje met gedichten. Het is een bundel gedichten van E.H. du Quesne – van Gogh, uitgegeven in 1909 door J.F. van de Ven te Baarn. En ja, het is Lies van Gogh, de zes jaar jongere zus van Vincent van Gogh. Ik schreef al vaker op dit weblog over Lies van Gogh. Nadat ze huwde met mr. Jean Philippe Theodore du Quesne van Bruchem, advocaat en procureur in Utrecht, werd ze Elizabeth du Quesne – van Gogh.

Ik ben niet zo’n fan van Lies. Ik vind haar een beetje achterbaks. Niet vanwege het achter laten van haar dochter in Frankrijk (hoewel dat geen schoonheidsprijs verdient), maar wel hoe ze later met haar broer Vincent ‘dweepte’. Zo schreef ze een boekje ‘Vincent van Gogh, herinneringen aan haar broeder’ in 1923. Ik beschreef dit al in mijn blog van 5 februari 2011. Hierbij  plaatste ik een foto van Elizabeth op oudere leeftijd. Een bits kijkende vrouw. Maar toen ze jonger was, ongehuwd en nog onrijp, viel het nog enigszins mee. Wat mij opvalt is dat zij ook in deze bundel Vincent ‘ten tonele’ voert. ‘Woorden van den overleden kunstschilder Vincent van Gogh op zijn sterfbed tot zijn broeder gesproken willen mij te binnen komen,il y a autre chose à faire encore, qu’à peindre– (‘Er is nog wat anders te doen dan te schilderen’)…. Ook hier weer die afstandelijkheid. Waarom niet schrijven over mijn broer? 

Voorwoord

Het gedichtenboekje bevat een kleine zeventig gedichten. Ik ben geen gedichtenkenner, dus kan niet oordelen of ze van enige kwaliteit zijn, maar ik vind het meer simpele versjes. Op zoek naar een échte recensie dus. Als ik een recensie over deze bundel lees in De Gids, het literaire tijdschrift, van 1909, dan  blijk ik er toch niet ver naast te zitten.

De recensist Carl Scharten vindt de gedichten, of eigenlijk versjes ‘goedig, och soms wel eens even liefjes of aardig, en meest met een stichtelijk toontje.’ Hij geeft nog zijn mening over haar voorwoord waarin zij aangeeft : ‘Guido Gezelle wil ik mijn meester noemen’….  Scharten zegt daar over: ‘Men kan daar niet vóór; maar wel mag men, van zijn kant, als z’n meening te kennen geven, dat deze leerlinge van ‘s meesters voortreffelijke lessen maar matig geprofiteerd heeft….’. Verderop beschrijft hij een bundel van een Vlaming, Gustaaf de Mey’s ‘kleine poëzie’. Hij vind deze bundel wel beter dan: ’de gedichtjes van Gezelle’s al te achterlijke leerlinge…’. Auw, dat doet pijn.

Het gedicht ‘Besneeuwd Kerkhof’ deed me hopen op prachtig poëzie. Een gedicht wat ik bijvoorbeeld op een winterse dag, bij het graf van haar zus Willemien op Veldwijk zou kunnen voordragen. Oordeelt u zelf:

Nu lig de stomme doodenstad                                                                                            bedolven onder paarlenschat,                                                                                                      Een kleinood werd de fijnste halm,                                                                                               En van het hek de kettingschalm,                                                                                                   of op een graf de kralenkrans,                                                                                                       die straalt met zeldzaam blijden glans.

Van struik en roos wordt tak bij tak                                                                                              te gaar een wit-koralen dak;                                                                                    Weerspieg’lend van bevroren nat,                                                                                              Zoo boog het glooiend wandelpad                                                                                             langs menig zwaarbesneeuwde zerk,                                                                                           Als nieuwgebijteld marmerwerk –                                                                                                en fladdert er te met een duif,                                                                                                     Dan is ’t of onder witte huif                                                                                                          Een doode gaat, met vreemd geschuif.

Lies van Gogh

Ik denk dat ik het toch maar niet ga doen; ik vrees dat Willemien het niets zal vinden.

Geplaatst in over het boek | Tags: , , , , , , , , , | 2 reacties

Sanatorium De Hooge Riet

Er werd me enkele weken geleden gevraagd of ik een lezing/presentatie wilde geven over het prachtige gebouw De Hooge Riet. Dit rijksmonument is een paviljoen van GGz Centraal Veldwijk te Ermelo. En ja, dat wilde ik natuurlijk wel. Met alle plezier zelfs. Ik voelde het haast als een eer om de geschiedenis van dit, voor Veldwijk én Ermelo, markante gebouw uit te zoeken. Afgelopen dinsdag was het zover, ik mocht de lezing geven.

De Hooge Riet

De Hooge Riet werd in 1938-1939 gebouwd aan de ‘andere kant van het spoor’. In Ermelo betekent deze uitdrukking dat het in het dorp is (lees: maatschappij) en niet op het gestichtsterrein. Maar eerst even terug naar het begin. 

Als in oktober 1884 de Vereeniging  tot Christelijke verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in Nederland wordt opgericht, is Stichting Veldwijk in Ermelo in 1886 het eerste gesticht wat door deze Vereniging wordt gesticht. De initiatiefnemer van deze vereniging is prof. Lucas Lindeboom. Maar zonder de bereidwillige medewerking van M.J. Chevallier, die een prachtig landgoed in Ermelo bezat, was de stichting niet in Ermelo gekomen. Het landgoed Veldwijk werd voor weinig geld aangeboden en op 4 juni 1885 werd de eerste steen gelegd, van wat later het administratiegebouw zou worden. In 1886 konden de eerste patiënten worden opgenomen en was de stichting Veldwijk een feit. Veldwijk groeit in een enorm tempo verder uit tot een flinke instelling. Paviljoen na paviljoen wordt gebouwd; de kerk in het midden. In die jaren had je als patiënt niet zoveel te kiezen. Om het Veldwijkterrein stond een hek om de maatschappij buiten en patiënten binnen te houden. Ook om de paviljoenen stonden hoge hekken.  

Maar er kwam een ontwikkeling in psychiatrisch Nederland op gang. ‘Wat nooit eerder gelukte, werd tussen de beide wereldoorlogen wel bereikt: het lukte de gestichten hun negatieve aura af te schudden en te vervangen door het veel positievere imago van het moderne ziekenhuis. Dat is vooral te danken aan de bouw van sanatoria, een nieuw type instelling dat was bedoeld voor een nieuwe categorie die zich, net als bij het reguliere ziekenhuis, vrijwillig aanmeldde in de hoop de best mogelijke behandeling te krijgen. Het sanatorium, dat zich aanvankelijk vooral op de meer welgestelde patiënt richtte, vertegenwoordigt de belangrijkste innovatie in de psychiatrie in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. In de architectuur markeert het sanatorium eveneens een doorbraak, vooral door het streven tamelijk luxe gebouwen te realiseren die de nieuwe status van de psychiatrie representeerden’, aldus Noor Mens in haar lijvig boekwerk: De Architectuur van het Psychiatrisch Ziekenhuis (2003).  

Het Noorder Sanatorium

In Zuidlaren ligt het zusterziekenhuis van Veldwijk, Dennenoord. Hier werd  in 1935 het eerste sanatorium van de Vereeniging gebouwd: Het Noorder Sanatorium. Het behoort tot de meest bijzondere gebouwen die de Nederlandse psychiatrie heeft voortgebracht. De term sanatorium betekent letterlijk ‘gebouw wat gezond maakt’. In navolging van Dennenoord werd er op Veldwijk ook een sanatorium gebouwd. Een in Interbellumstijl ontworpen gebouw van de hand van de Arnhemse architect E.J. Rothuizen (de Interbellumstijl is de stijl tussen 1900-1940 die ook de Berlage stijl, Haagse- en Amsterdamse school, Traditionalistische architectuur en/of Nieuwe Zakelijkheid werd genoemd).

Evert Jan Rothuizen

Op 20 juli 1939 vond de feestelijke opening van sanatorium De Hooge Riet plaats i.a.v. de minister van Binnenlandse Zaken Hendrik van Boeijen. Dat dit bijzonder was, blijkt wel dat de opening vermeldt werd in het  prestigieuze Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Maar ook in de in die tijd  bekende tijdschrift ‘De Stuwdam, geïllustreerd Christelijk Familie-weekblad’, stond een uitgebreid artikel over dit bijzondere sanatorium; een modelsanatorium. De naam De Hooge Riet was een herinnering aan de oude benaming van deze plek in Ermelo.  

De architect Evert Jan Rothuizen was een gereformeerde architect die verschillende opdrachten kreeg voor gereformeerde kerken, christelijke scholen en zorginstellingen. Zo dus ook De Hooge Riet. Hij werkte bij veel van zijn ontwerpen samen met de Arnhemse glazenier J.H. E. (Henk) Schilling. Deze ontwierp de prachtige mozaïeken die zich nog in de monumentale hal bevinden.

Mozaïek van Henk Schilling

Ook de ronde glas-in-lood-ramen boven de bordestrappen zijn van zijn hand. Het park voor De Hooge Riet is ontworpen door tuinarchitect Jan Vroom, een telg uit het tuinarchitectengeslacht Vroom, die zich rond het midden van de twintigste eeuw tot een specialist in het ontwerpen van gestichttuinen ontwikkelde.  

Achter het gebouw bevindt zich het ketelhuis en Mortuarium. Beiden zijn in dezelfde stijl gebouwd als het hoofdgebouw en vallen ook onder het Rijksmonument. Bijzonder is dat De Hooge Riet geheel symmetrisch van opzet is en bestaat uit een verhoogde middenpartij en lagere L-vormige zijvleugels. In het middengebouw bevind zich een boogvormige ingang met sieromlijsting en een glazen deurpartij met een sierlijk gesmeed deurhek. De beide zijvleugels hebben aan de uiteinden een uitgebouwde, in beton uitgevoerde, gekromde pergola met een achtzijdig theekoepeltje, die gedeeltelijk open zijn. Wat opvalt zijn de ronde, van natuursteen gemaakte ramen. Deze ramen zijn door het gehele gebouw doorgevoerd, zelfs in het Mortuarium. In en op het gehele gebouw zijn kleine maar bijzondere details aangebracht. Zo is er een sierlijke windwijzer in de vorm van een edelhert. En op de T-vormige bijgebouwen bevinden zich houten klokkenstoeltjes. In de monumentale hal bevinden zich nog de tien originele ronde en met bijzonder tegelwerk omklede zuilen.  

De Hooge Riet in oorlogstijd

Op 1 sept. 1944 werd op bevel van de Duitse Wehrmacht het sanatorium ontruimd (evenals de villa’s Hoogstede, Rustoord en Ruimzicht). Het sanatorium moest een ‘Kriegslazarett’ worden. Er werden grote rode kruizen op het dak aangebracht  (dit moest bescherming bieden tegen luchtaanvallen), de patiënten werden verdeeld over de andere paviljoens op Veldwijk. In de kelder bevinden zich (nog steeds) enkele bomvrije kelders. Na de oorlog, in juni 1945 al, kon een deel van De Hooge Riet alweer in gebruik worden genomen. En er was nagenoeg haast geen schade. Integendeel: er bleek door de Duitsers zelfs een keuken te zijn aangebouwd. In dezelfde stijl en steensoort!!!  

Enkele jaren geleden waren er plannen om dit gebouw te verkopen. Het zou door een particuliere woonzorginstelling gekocht worden om er exclusieve zorg aan ouderen te bieden. Het is er gelukkig niet van gekomen. Veldwijk, maar ook Ermelo mag trots zijn op zo’n prachtig gebouw.

Geplaatst in over het boek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

125 jaar Veldwijk. Gelukkig, toch een feest.

Afgelopen dinsdagmiddag was de presentatie van het boek ‘Vervlogen tijden’. Het boek, samengesteld door een drietal bestuursleden van de Seniorenclub Veldwijk Centraal, werd aangeboden aan dokter Bert Boerman, de oudste arts die lid is van deze club. Uiteraard is zijn verhaal ook opgenomen in dit prachtige boek.

Boerman (r) bekijkt het boek wat hij van Mol (l) ontving

Boerman gaf aan het een geweldig initiatief te vinden. Niet alleen omdat er vanwege het jubileum een boek is uitgegeven, maar ook om de inhoud van de verhalen. ‘Hiermee is de geschiedenis van Veldwijk weer een boek rijker’, aldus de oud psychiater.

Gelukkig gaf de directie van Veldwijk ook acte de precense. Regiodirecteur Henk Schouten mocht ook een exemplaar van het boek in ontvangst nemen. En ook hij was blij met het boek (én het initiatief). Dat hij zelf een oud ‘Veldwijker’ is, speelt hierin wellicht een beetje mee. Hij werkte ooit (lang geleden) als verpleegkundige (en afdelingshoofd) op Veldwijk en kent immers veel van de in het boek opgenomen medewerkers.

De Ontvangstzaal zat vol met gepensioneerden en genodigden. Tijdens de jaarlijkse eindejaarsbijeenkomst werd het boek gepresenteerd. Voorzitter Frans Mol vertelde over de totstandkoming van dit boek. Eigenlijk wilde ze alleen een bundel verhalen samenstellen –  gekopieerd met een nietje – waarbij gebruik zou worden gemaakt van de verhalen die ooit al eens in de Veldwijkbladen hadden gestaan. Daar was men al tevreden mee. Totdat ze ons om hulp vroegen. Tja, toen werd het anders. Het werd een echt boek. Maar, ondanks onze hulp, was het wel hún boek. En dat bleef het. (Wat waren ze blij én trots toen we afgelopen maandagmiddag 500 exemplaren van hun boek bij hen afleverden).

In het voorwoord – met een pen geschreven, typen doet ze uit principe niet – schrijft

Voorwoord van Liesbeth

 bestuurslid Liesbeth van Seventer: ‘Verba volant, Scripta manent, het gesproken woord vervliegt, het geschrevene blijft. (…) De verhalen in dit boek zijn mooie, openhartige, boeiende, grappige en vaak ook ontroerende verhalen.

Tot haar grote verrassing bleek ze zelf ook in het boek voor te komen. Het kostte ons, en mede-samenstelster Ineke Romkes, heel wat moeite om dit voor haar verborgen te houden (we haalden ‘haar pagina’ uit de proefdrukken enzo), maar het is gelukt. Waarom Liesbeth? Veel verhalen en interviews met de medewerkers werden door Liesbeth geschreven. Zestien van de gepubliceerde 56 verhalen kwamen van haar. Wij vonden dat ze daarom zelf ook een plaats in het boek verdiende.

Jammer dat de oude tuinman, die in het boek zo enthousiast en vol dankbaarheid vertelt over zijn tijd op Veldwijk (hij ging in oktober 1984 met pensioen!), deze uitgave niet meer heeft mogen meemaken. Hij overleed afgelopen vrijdag op 87 jarige leeftijd. Maar wel mooi voor zijn kinderen en klein- en achterkleinkinderen dat zijn verhaal vertelt blijft worden.

Niet alleen het bestuur was blij en trots, ook de leden van de Seniorenclub die de boeken uitgereikt kregen, reageerden verrast. Vooral toen een tiental ontdekten dat ze er zelf in voor kwamen. Een grote verrassing.  De seniorenclub weet van Veldwijks jubileum toch een feest(je) te maken.

Het boek ‘Vervlogen tijden’ geeft een goed beeld van 125 jaar Veldwijk, vooral over het wérken op Veldwijk. De verhalen van de hoge hekken om de paviljoenen, doen je niet terug verlangen naar die tijd. De sfeer, de saamhorigheid onderling doen dit juist wel. ‘Mocht het af en toe maar weer eens zijn zoals vroeger’, denk ik soms.  Daar zou het op Veldwijk niet slechter op worden.

In het boek komt ook Aaltje Brink aan het woord. Ze begon in 1922 de driejarige verpleegstersopleiding op Veldwijk.

Aaltje Brink, links

Als 18 jarige Luttense betrad ze een heel nieuwe wereld. Van het platteland in Overijssel naar de Veluwe. Wat een moed! Ze vertelt over haar tijd op Veldwijk; een leuke, maar ook moeilijke tijd. Er stonden hoge hekken om de paviljoenen en er moest hard gewerkt worden (vooral in het huishouden). Maar, eerlijk als ze was, vertelt ze ook over de heimwee die ze had, toen ze een half jaar niet naar huis mocht vanwege een griepepidemie. Tante Aaltje Brink is de oudere zus van mijn oma Stien Hofsink-Brink. Een sterk geslacht, die Brinks. Tante Aaltje werd 94 en oma is ondertussen al ruim 105!   

In het boek komen ook een aantal functies voor die niet meer bestaan. Zo komt de heer van der Hoorn aan het woord, hij was ziekenbezoeker. Maar ook de nazorgbroeder (de voorloper van de huidige maatschappelijk werker) doet zijn verhaal. Ook de bloemist en het hoofd van de naaikamer zijn niet meer op Veldwijk te vinden. De taken die bij deze functies hoorden werden overgeheveld naar anderen, zowel binnen als buiten de instelling.

Het Ermelo’s Weekblad schonk aandacht aan de presentatie van het boek.

Ermelo’s Weekblad 14 dec. 2011

Mooi dat hierdoor ook veel Ermeloërs en niet-Veldwijkers, kennis kunnen nemen van deze uitgave. En dat ze dit boek ook kunnen kopen.

‘Vervlogen tijden’, een prachtig geschiedenisboek. En omdat er nog zeker een tiental verhalen niet in dit boek opgenomen zijn, blijft er altijd de mogelijkheid dat er een deel 2 gaat komen!

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

125-jarig bestaan… een feest?

De afgelopen maanden zijn Natalie en ik bezig geweest met een boek wat in opdracht van de Seniorenclub Veldwijk Centraal wordt uitgegeven. De Seniorenclub is een tiental jaren geleden opgericht nadat een aantal gepensioneerden aangaven enkele keren per jaar met elkaar leuke dingen te willen doen. Er werd een (actief) bestuur aangesteld en er worden verschillende activiteiten georganiseerd: van fietstochtjes tot dagjes uit en meerdaagse buitenlandse vakanties. Het bestuur van de Seniorenclub geeft elk jaar, aan het eind van het jaar, aan haar leden – zo’n 180 personen – een kerstkado. Dit jaar wilden ze het anders doen. Veldwijk bestaat immers 125 jaar en zij hebben daarvan een groot deel zelf meegemaakt. Nadat er in de organisatie naar een eventueel jubileumfeest werd geïnformeerd, bleek dat er helemaal geen feest werd gehouden.

Als ik dit zo schrijf, krijg ik een soort van déjà-vu. Hadden we dit immers ook al niet met de begraafplaatsen meegemaakt? De raad van bestuur vond (en vind) het niet belangrijk om respect te tonen voor de overleden patiënten en medewerkers die begraven liggen op de begraafplaatsen van Veldwijk. Er werd al jaren geen onderhoud gedaan op de begraafplaatsen waardoor veel waardevolle, cultuurhistorische zaken (stenen, baarhuisje etc.) verdwenen. Daarvoor hadden we in 2008 immers de Stichting Begraafplaatsen Ermelo-Veldwijk opgericht: nl. om datgene wat de raad van bestuur nalaat en naliet, juist wél te doen!

Wanneer het bestuur van de Seniorenclub onze medewerking vraagt bij het realiseren van een soort van boekje, hebben ze de juiste personen te pakken. Wij gaan juist voor het behoud van de historie van de inrichting Veldwijk. Na een brainstormsessie besluiten we de verhalen van oud medewerkers over Veldwijk in een écht boek te vatten. De verhalen waren er immers al, ze hoefden alleen op- en uitgezocht worden. Ze stonden ooit in de Veldwijkmagazines. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw werden er een tweetal informatiebladen uitgegeven binnen Veldwijk; een ‘Nieuwsbrief van en voor medewerkers’ en ‘De Brug, patiëntenblad van Veldwijk’. In 1981 werd besloten om deze beide nieuwsbrieven samen te voegen tot ‘De Combinatie, maandblad van Veldwijk’.

Een nummer van De Combinatie

Dit magazine bleef tot 2000 verschijnen. Er zijn in totaal 120 bladen uitgekomen. Wat een enorme hoeveelheid informatie is er in die jaren verzameld. Informatie over de organisatie, ontwikkelingen in de GGz, over patiënten, familie, medicatie, landelijke items, en Veldwijks ‘human interest-verhalen’. Over nieuwe medewerkers, nieuwe leerlingengroepen, functies, afdelingen, verhuizingen, verbouwingen en wat al niet meer. Maar bovenal waren de verhalen, interviews van en met medewerkers geliefd. Verhalen over motivatie, betrokkenheid, het verleden en heden en de veranderde mentaliteit en maatschappij. In 2000 ging Veldwijk fuseren en werd Meerkanten GGz. De redactie van De Combinatie, waar ik deel van uitmaakte, besloot dat met een nieuwe organisatie ook een nieuw blad moest komen. De Combinatie stopte, De Bovenkamer zag het levenslicht. Uiteraard werd de inhoud en de lay-out aangepast aan de tijd, maar wat bleef waren de verhalen van en over medewerkers. Helaas besluit de Raad van Bestuur (‘ze leren het nooit…’) in 2005 dat de uitgave van een informatief magazine te duur is voor een organisatie die moet bezuinigen en stopt de financiering hiervan. De laatste De Bovenkamer komt in 2005 uit. Als in 2006 de instelling Veldwijk (die overigens dan al niet meer zo heet) 120 jaar bestaat, wordt besloten een boekje uit te geven waarin de geschiedenis van Veldwijk en de relatie die het heeft/had met het dorp Ermelo, beschreven staat. Ik mocht het boekje ‘Over het spoor’ samen met Hans van Dijk schrijven. We hoopten dat dit boekje de eerste zou worden in een reeks. Er is immers genoeg over (de geschiedenis van) Veldwijk te schrijven? Helaas, er komt geen volgend deel. In 2011 wordt er weer gefuseerd, de organisatie wordt nóg groter. Veldwijk werd Meerkanten GGz en is nu GGz Centraal. Een neveneffect van deze vergroting is dat er nu nog minder gevoel voor de geschiedenis van het eerst zo ‘fiere’ landgoed Veldwijk, bij het management aanwezig is.

Het oude paviljoen Laanzicht

U ziet dat het mij niet lukt mijn frustratie voor me te houden. Sorry, ik heb het toch echt geprobeerd. Blijkbaar werd de fusie begin dit jaar, belangrijker gevonden dan de geschiedenis in ere houden, want ook bij het 125-jarig bestaan van Veldwijk in 2011 wordt er niets mee gedaan. Gelukkig zijn er anderen die er wél de waarde van inzien. Zo ook de Seniorenclub. Vandaar dat er volgende week een prachtig boekje uitkomt met verhalen van medewerkers die de geschiedenis van Veldwijk vertellen. Alle artikelen hebben in de loop der jaren in de genoemde Veldwijkbladen gestaan. We hebben ze weer uit de kast gehaald, afgestoft en van een passende foto voorzien. Deze verhalen zijn het namelijk waard gelezen te worden. De dokter, de bloemist, de veldwachter, de verpleegster, de psycholoog, het groepshoofd, de dominee, de administratief medewerker, de medewerker plantsoengroep, de zenuwarts, de timmerman, de kok, de huishoudelijk medewerkster, de medewerkster van het winkeltje, de nazorgbroeder, het hoofd van de naaikamer, de ziekenbezoeker en nog veel meer functies komen in dit boekje voorbij. De eerste geïnterviewde begon in 1906 als verpleegster op Veldwijk, de laatste zwaaide in deze eeuw af. Vanuit alle lagen van het gesticht Veldwijk vertellen medewerkers hun ervaringen, hun gevoel en beleving en bovenal hun betrokkenheid bij ‘hun’ Veldwijk. Ere wie ere toekomt. Toch?

Het boek Vervlogen tijden

Het boek ‘Vervlogen tijden’ vertelt de geschiedenis van Veldwijk, de geschiedenis van de ontwikkeling van een psychiatrisch ziekenhuis van 1886 tot een grote GGz-instelling in 2011. En omdat het bestuur van de Seniorenclub besloot het niet alleen aan haar leden aan te bieden, maar het ook te koop aan te bieden, is het voor iedereen mogelijk een exemplaar te verkrijgen. Het boek is een prachtig geschenk voor wie betrokken is bij de zorg, bij Veldwijk en/of bij Ermelo. Het boek heeft 128 pagina’s en bevat vele prachtige foto’s. De prijs van het boek bedraagt € 12,50.

Aan het eind van mijn blog kan ik op de vraag die in de titel staat, volmondig ‘ja’ zeggen.

Ik blijf echter nog wel met een vraag zitten: waar moeten vandaag de dag deze verhalen verteld en beschreven worden?

Geplaatst in over het boek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Vincent van Gogh vermoord!

De kranten staan er vol van, de televisie besteedt er volop aandacht aan: Vincent van Gogh zou geen zelfmoord hebben gepleegd maar werd vermoord!

Ook Toos en Henk zijn onder de indruk

Je moet van goede huize komen wanneer je dit soort beweringen wereldkundig maakt. De Amerikaanse schrijvers Steven Naifeh en Gregory White Smith komen van goeden huize, ze hebben immers al eens de prestigieuze Pulitzerprijs gewonnen (1991) en hebben 10 jaar aan deze nieuwe biografie over Vincent van Gogh gewerkt. Het is dan ook de eerste serieuze biografie over Vincent van Gogh in meer dan 75 jaar.  

Hoewel tot nu toe altijd is aangenomen dat van Gogh in 1890 zelfmoord heeft gepleegd beweren de schrijvers dat hij is doodgeschoten door een 16-jarige jongen uit de buurt. Conservator Leo Jansen van het Van Goghmuseum in Amsterdam geeft desgevraagd aan dat deze theorie niet voldoende is onderbouwd en de schrijvers niet echt nieuw materiaal over deze zaak hebben gevonden. Het verhaal over de pesterijen van enkele jongens uit de buurt was al wel bekend. Echter de bewering dat een van de jongens (per ongeluk) met een slecht functioneren pistool Vincent zou hebben geraakt is wel nieuw. Maar is het te bewijzen?  

Het boek 'De biografie'

Ron Dirven, directeur van het Van Gogh-huis in Zundert, heeft de negenhonderd pagina’s van het boek natuurlijk ook gelezen. ‘Een spannend en zeer leesbaar boek’. Volgens hem hebben de twee schrijvers een goede prestatie geleverd. ‘In dit boek is Van Gogh niet meer de romantische kunstenaar. Zij bekijken hem op een andere, meer hedendaagse manier waarbij ook veel aandacht is voor de depressies waaraan hij leed’, aldus Dirven.
‘Het is een theorie’, zegt Ron Dirven in Eén Vandaag, ‘het zou mogelijk geweest kunnen zijn, maar in de rechtbank zou het geen stand houden’. Het verandert overigens niets aan het dramatische leven van Vincent, het is alleen een beetje anders geëindigd. Ik twijfel dan ook nog of ik die lijvige pil (900 pagina’s) wel ga kopen.  

De schrijvers beweren daarnaast dat Van Gogh helemaal niet berooid en onbegrepen stierf. Integendeel, hij was juist een grote hit bij de toonaangevende kunstcritici in Parijs. Sterker nog, ze weigeren Van Gogh op zijnwoord te geloven. Hij mag zichzelf in zijn brieven dan wel als een beklagenswaardig slachtoffer afschilderen, ze ontmaskeren hem als een gewiekste manipulator. Naast al het bestaande materiaal, waaronder zijn brieven, hebben de schrijvers ook de hand weten te leggen op enkele honderden ongepubliceerde brieven uit de familiekring. Overigens verandert dit mijns inziens niets aan het dramatische leven van Vincent van Gogh. Het is, volgens de schrijvers, alleen een beetje anders afgelopen.

De verschijning van deze biografie levert wel een belangrijke bijdrage aan de kennis over het leven en denken van Vincent van Gogh. Het biedt een nieuwe visie op het leven, het karakter en de drijfveren van Vincent. Dat is dan wel weer interessant. Nu ik dit zo schrijf, kom ik terug op mijn besluit. Ik koop het boek tóch en kruip enkele dagen op de bank, sluit me volledig af van mijn omgeving en zal het geconcentreerd en aandachtig lezen. 

Verandert er nu wezenlijk iets? Nee, eigenlijk niet. Gelukkig maar, want wat zou ik dan moeten met het stripboek over Vincent van Gogh waarin de dramatische zelfmoord zo prachtig is weergegeven?

Geplaatst in over het boek | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Herdenking Servisch Monument te Garderen

Enkele weken geleden ontvingen wij een brief van de Servische Ambassadeur.

Brief van de Servische Ambassade

In het Servisch (en gelukkig ook in de Nederlandse vertaling) werden wij uitgenodigd aanwezig te zijn bij de vijfde herdenking van de Servische soldaten bij het Servisch monument op de begraafplaats te Garderen. 

Zaterdagmiddag 1 oktober waren we dan ook in Garderen. Qua temperatuur hadden we net zo goed in Servië kunnen zijn, het was ruim 27 graden C. We kwamen samen in De Rank, het wijkgebouw van de Hervormde kerk in Garderen. Zowel Nederlanders als Serven kwamen bijeen. Onder hen vertegenwoordigers van de gemeente Barneveld, comitéleden van ‘Het Servisch Monument’, vertegenwoordigers van de Ambassade van de Republiek Servië, de Servisch Orthodoxe kerk en andere genodigden. En wij!

In Garderen op de Veluwe stond een oud monument wat, waarschijnlijk in de jaren twintig van de vorige eeuw, was opgericht ter herinnering aan 29 Servische soldaten die net na de Eerste Wereldoorlog waren gestorven. Omdat Nederland in deze oorlog neutraal bleef, maakte het de regering mogelijk een afspraak te maken dat van beide partijen krijgsgevangenen konden worden opgenomen in Nederland. Zo kwam het dat een groep Franse, maar ook Servische soldaten in 1918 in Kamp Nieuw Milligen, nabij Garderen werden ondergebracht. Men wachtte hier op repatriëring naar het vaderland. Het pakte helaas anders uit. Eind 1918 brak de besmettelijke Spaanse Griep uit waaraan miljoenen mensen wereldwijd overleden. In Nieuw Milligen overleden aan deze verschrikkelijke epidemie 29 Servische soldaten, die op de begraafplaats in Garderen werden begraven.

In mei 1938 besloot de Joegoslavische regering de stoffelijke resten van deze Servische soldaten naar hun vaderland terug te brengen. De graven zijn op 13 mei 1938 geruimd. De stoffelijke overschotten  werden in loden kistjes geborgen. De opgraving geschiedde onder toeziend oog van 2 Joegoslavische inspecteurs. Tijdens deze opgraving klonken er saluutschoten. Daarna zijn de kistjes naar hun thuisland vervoerd. Helaas zijn ze, vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nooit in Joegoslavië aangekomen en op mysterieuze wijze verdwenen. Maar het monument bleef achter.

Het nieuwe Servische Monument

De beheerder van de begraafplaats, de heer Piet van Bentum interesseerde zich voor het oude monument, deed hier onderzoek naar en ontmoette tenslotte de Servische Ambassadeur. De jaren daarna werd het monument stukje bij beetje opgeknapt en aangevuld. Na lang en uitgebreid onderzoek zijn nu alle namen van de in Nederland gestorven Servische soldaten achterhaald en op het monument aangebracht. Het comité Het Servisch Monument heeft dit jaar voor de vijfde keer deze herdenking georganiseerd. Men vond het nu dan ook tijd worden om het monument over te dragen aan de Servische Ambassade. Daarvoor waren zowel de Servische ambassadeur als de consul bij de plechtigheid aanwezig.

Na het blazen van de Last Post werd er twee minuten stilte gehouden. Vervolgens legden de ambassadeur en de consul van de Republiek Servië een krans bij het monument. Na verschillende toespraken werd door de Regimentsfanfare Garde Grenadiers en Jagers uit Assen zowel het Servisch als het Nederlandse volkslied gespeeld. Een ‘kippenvelmoment’.

De openluchtmis door Vader Vojo

Nadat de aartspriester Voijslav Bilbija (vader Vojo) met prachtige stem en zichzelf op gitaar begeleidend een Servisch volkslied ter gehore bracht, werd een openluchtmis gehouden. Deze werd geleid door Vader Vojo geassisteerd door andere geestelijken van de Servische Orthodoxe parochie uit Rotterdam.

Zie ook:

Geplaatst in over het boek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen